Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu

Uitzending

Agendapunten

Behandelvoorstel:
Provinciale Staten wordt gevraagd om de agenda voor de Statenvergadering van 2-7-2021 gewijzigd vast te stellen.

00:05:09 - 00:07:04 - R.A.B. Claassen
00:07:04 - 00:07:29 - G.H.C. Frische
00:07:29 - 00:07:50 - M. van Caldenberg
00:07:50 - 00:08:27 - M. Werrij-Wetzels
00:08:27 - 00:08:38 - J.W. Remkes
00:08:38 - 00:08:42 -
00:08:42 - 00:10:39 - J.W. Remkes

Iedere externe heeft het recht om in te spreken over een geagendeerd onderwerp dat te maken heeft met provinciaal beleid. Een persoon die wil inspreken meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de Statenvergadering bij de Griffie. Voor meer informatie, zie de bijgevoegde spelregels.

n.v.t.

01:04:49 - 01:08:55 - J.W. Remkes
01:08:55 - 01:09:38 - G.H.C. Frische
01:10:09 - 01:10:11 - M. Werrij-Wetzels
01:11:14 - 01:14:15 - M.T.P. Jenneskens
01:14:15 - 01:18:12 - R.B. Driessen
01:18:12 - 01:21:21 - T.G.M. Jetten
01:21:21 - 01:28:09 - R.J.H. Franssen
01:28:09 - 01:40:09 - P.S.M.L. Plusquin
01:40:09 - 01:48:04 - J.J.M. Kuntzelaers
01:48:04 - 01:59:18 - R.A.B. Claassen
01:59:18 - 02:20:46 - M. van Caldenberg
02:20:46 - 02:29:42 - M.W. Thewissen
02:29:42 - 02:44:39 - K.C.J. Straus
02:44:39 - 02:57:14 - A.M.J.N. Fischer-Otten
02:57:14 - 03:31:15 - M. Werrij-Wetzels
03:33:39 - 04:18:32 - J.W. Remkes
04:28:41 - 04:30:48 - R.B. Driessen
04:30:48 - 04:33:16 - P.S.M.L. Plusquin
04:33:16 - 04:35:27 - R.A.B. Claassen
04:35:27 - 04:35:29 - M. van Caldenberg
04:37:55 - 04:39:34 - M.W. Thewissen
04:39:34 - 04:50:06 - J.W. Remkes

Behandelvoorstel:
Provinciale Staten wordt gevraagd nieuwe gedeputeerden te benoemen. De stemming over personen geschiedt schriftelijk in de vergadering.

Besluit

Provinciale Staten besluiten:

  1. het aantal gedeputeerden vast te stellen op zes, voltijd, voor de resterende Statenperiode 2021 – 2023;
  2. te benoemen tot gedeputeerde:
  • mevrouw C.W.J.M. Roefs;
  • mevrouw M.M. van Toorenburg;
  • de heer G.J.W. Gabriëls;
  • de heer A.G.M. Roest;
  • de heer S.H.M. Satijn;
  • de heer M.W.A. van Gaans;
  1. mevrouw M.M. van Toorenburg op grond van het bepaalde in artikel 35b van de Provinciewet, voor de duur van een jaar, tot 3 juli 2022, ontheffing te verlenen van ingezetenschap van de provincie Limburg;
  2. de heer M.W.A. van Gaans op grond van het bepaalde in artikel 35b van de Provinciewet, voor de duur van zes weken, tot en met 13 augustus 2021, ontheffing te verlenen van ingezetenschap van de provincie Limburg.

Zonder beraad aangenomen.
Stemming 1 mevrouw C.W.J.M. Roefs: Roefs (25), Smeets (1), blanco (7) en tegen (12).
Stemming 2 mevrouw M.M. van Toorenburg: van Toorenburg (25), Omtzigt (1), blanco (6) en tegen (13).
Stemming 3 de heer G.J.W. Gabriëls: Gabriëls (27), blanco (6) en tegen (12).
Stemming 4 de heer A.G.M. Roest: Roest (25), blanco (5) en tegen (14).
Stemming 5 de heer S.H.M. Satijn: Satijn (25), Katoen (1), Kim Jung-un (1), Johnny Blenco (1), van Haga (1), blanco (5) en tegen (11).
Stemming 6 de heer M.W.A. van Gaans: van Gaans (25), Simons (1), Kaag (1), Nexit (1), mevrouw D66 (1), Nee dus (1), blanco (6) en tegen (9).

Met stemverklaring tegen: SP.

Amendementen

Titel
Amendement 105 Fischer-Otten inzake Aantal gedeputeerden voor de resterende Statenperiode 2021-2023
05:43:50 - 05:48:41 - J.W. Remkes
05:49:01 - 05:49:26 - H.L.M. Nijskens
05:49:26 - 05:53:08 - J.W. Remkes
05:57:11 - 05:57:14 - G.H.C. Frische
05:57:14 - 05:57:16 - J.W. Remkes

Bij de vaststelling van de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 (hierna Verordening) is in tegenstelling tot de daarvoor geldende Verordening rechtpositie gedeputeerden, staten- en commissieleden provincie Limburg 2018 (hierna Verordening 2018) niet langer een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt een hogere vergoeding conform artikel 2.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna Besluit) vast te stellen voor commissieleden die op grond van hun bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden zijn aangetrokken en voor commissieleden voor wie de vergoeding in artikel 2.4.1 van het Besluit niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de taak en de omvang van de door het commissielid te verrichten arbeid. De Verordening moet daartoe worden aangepast.

Het Statenvoorstel is besproken in de Presidiumvergadering van 18-6-2021. Het Presidium heeft besloten het Statenvoorstel door te leiden naar Provinciale Staten als hamerstuk.

Voorgesteld besluit
Provinciale Staten wordt gevraagd:
de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 als volgt te wijzigen:
Artikel I
A. na Hoofdstuk 3 wordt een nieuw hoofdstuk 4 ingevoegd, genaamd Hoofdstuk 4 Voorzieningen voor commissieleden;
B. de bestaande hoofdstukken Hoofdstuk 4 Gemeenschappelijke voorzieningen, Hoofdstuk 5 De procedure van declaratie en betaling en Hoofdstuk 6 Slotbepalingen worden vernummerd tot de nieuwe hoofdstukken Hoofdstuk 5 Gemeenschappelijke voorzieningen, Hoofdstuk 6 De procedure van declaratie en betaling en Hoofdstuk 7 Slotbepalingen;
C. na artikel 7 wordt een nieuw artikel 8 ingevoegd dat als volgt komt te luiden:
Artikel 8 Hogere vergoeding commissielid
1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie bedraagt maximaal factor 3 van het in artikel 2.4.1 eerste lid van het Besluit vermelde bedrag indien:
a. een commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken; en/of
b. indien de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de taak en de omvang van de door het commissielid te verrichten arbeid.
2. De factor van de vergoeding wordt met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid in het afzonderlijke instellingsbesluit of (commissie)reglement door Provinciale Staten respectievelijk door Gedeputeerde Staten bepaald.
D. de bestaande artikelen 8 tot en met 18 worden vernummerd tot artikel 9 tot en met 18;
E. in artikel 7 wordt de verwijzing naar artikel 8 gewijzigd in een verwijzing naar artikel 9;
F. in het nieuwe artikel 15 lid 1 wordt de verwijzing naar artikel 13 lid 1 gewijzigd in een verwijzing naar artikel 14 lid 1;
Artikel II Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in het Provinciaal Blad en werkt terug tot en met 28 mei 2019.
Artikel III Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Limburg 2019.

Resultaat stemming

Besluit

Provinciale Staten besluiten:
de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 als volgt te wijzigen:
Artikel I
A. na Hoofdstuk 3 wordt een nieuw hoofdstuk 4 ingevoegd, genaamd Hoofdstuk 4 Voorzieningen voor commissieleden;
B. de bestaande hoofdstukken Hoofdstuk 4 Gemeenschappelijke voorzieningen, Hoofdstuk 5 De procedure van declaratie en betaling en Hoofdstuk 6 Slotbepalingen worden vernummerd tot de nieuwe hoofdstukken Hoofdstuk 5 Gemeenschappelijke voorzieningen, Hoofdstuk 6 De procedure van declaratie en betaling en Hoofdstuk 7 Slotbepalingen;
C. na artikel 7 wordt een nieuw artikel 8 ingevoegd dat als volgt komt te luiden:
Artikel 8 Hogere vergoeding commissielid
1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie bedraagt maximaal factor 3 van het in artikel 2.4.1 eerste lid van het Besluit vermelde bedrag indien:
a. een commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken; en/of
b. indien de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de taak en de omvang van de door het commissielid te verrichten arbeid.
2. De factor van de vergoeding wordt met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid in het afzonderlijke instellingsbesluit of (commissie)reglement door Provinciale Staten respectievelijk door Gedeputeerde Staten bepaald.
D. de bestaande artikelen 8 tot en met 18 worden vernummerd tot artikel 9 tot en met 18;
E. in artikel 7 wordt de verwijzing naar artikel 8 gewijzigd in een verwijzing naar artikel 9;
F. in het nieuwe artikel 15 lid 1 wordt de verwijzing naar artikel 13 lid 1 gewijzigd in een verwijzing naar artikel 14 lid 1;
Artikel II Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in het Provinciaal Blad en werkt terug tot en met 28 mei 2019.
Artikel III Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Limburg 2019.

Zonder beraad aangenomen.

Voorgesteld besluit
Provinciale Staten wordt gevraagd:
Verzoek tot opheffing geheimhouding en openbaarmaking naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)

Verzoek
Bij brief, verzonden 26 mei 2021, DOC-00146979 ontvingen wij van Gedeputeerde Staten van Limburg een verzoek tot opheffing van geheimhouding en een verzoek om openbaarmaking op grond van de Wob. Dit verzoek heeft betrekking op de anterieure overeenkomst in het kader van het inpassingsplan Uitbreiding VDL Nedcar die gesloten is tussen de Provincie Limburg en VDL Nedcar.

Het verzoek ziet op de anterieure overeenkomst van 10 december 2020 die gesloten is tussen de Provincie Limburg en VDL Nedcar. Deze overeenkomst, inclusief zeven bijlagen, is bij schrijven van 10 december 2020 aan Provinciale Staten, onder oplegging van geheimhouding als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Provinciewet ter inzage gelegd. Het addendum op de anterieure overeenkomst is uitgezonderd van de geheimhouding. Deze geheimhouding is vervolgens door Provinciale Staten, bij besluit van 18 december 2020 bekrachtigd, zoals bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Provinciewet.
Op grond van artikel 25, lid 4 van de Provinciewet zijn enkel Provinciale Staten bevoegd tot het opheffen van de geheimhouding.
Doordat het onderhavige Wob-verzoek tevens gezien moet worden als een verzoek om opheffing geheimhouding, is het verzoek door Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten doorgezonden.

Besluit
Provinciale Staten van Limburg besluiten tot gedeeltelijk toekennen en gedeeltelijk afwijzen van het verzoek tot opheffing geheimhouding en gedeeltelijk toekennen en gedeeltelijk afwijzen van het Wob-verzoek.

Zienswijze
Bij brief van 28 mei 2021 met nummer 2021/13787 hebben wij VDL/NedCar op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen het voornemen om documenten openbaar te maken. Op 28 juni 2021 hebben wij een zienswijze van VDL/NedCar ontvangen. De zienswijze strekt tot het niet openbaar maken van specifieke bepalingen in de anterieure overeenkomst.
Gedeputeerde Staten hebben in de brief waarmee zij het verzoek tot opheffing van geheimhouding hebben doorgezonden een zienswijze naar voren gebracht.

Overwegingen van Provinciale Staten
De anterieure overeenkomst bevat meerdere passages die naar ons oordeel niet openbaar gemaakt dienen te worden en waarop derhalve de geheimhouding als bedoeld in de Provinciewet dient te worden gehandhaafd. In onze overwegingen hebben wij rekening gehouden met de zienswijze van VDL/NedCar en de brief van Gedeputeerde Staten verzonden d.d. 26 mei 2021. Hieronder lichten wij ons standpunt per passage toe. Per passage is verwezen naar een weigeringsgrond uit de Wob, welke na de tabel verder worden toegelicht.

Passage Toelichting niet openbaar
Integrale overeenkomst Handtekeningen en parafen (art. 10, lid 2, sub g, Wob).
Artikel 5, lid 3, 4, 5 en 6 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen inzake koopovereenkomsten (art. 10 lid 2 sub b).
Artikel 9, lid 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10 en 11 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b) en bedrijfs- en fabricagegegevens VDL Nedcar (art. 10 lid 1 sub c).
Artikel 10 Informatie over het leefbaarheidsfonds dient onleesbaar gemaakt te worden, aangezien de exacte invulling van dit fonds nog niet vaststaat. Openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling van de betrokkenen (art. 10 lid 2 sub g).
Artikel 14, lid 3 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b).
Bijlage 1 Grondtransactiedocument Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen inzake koopovereenkomsten (art. 10 lid 2 sub b). Deze bijlage dient integraal geheim te blijven en derhalve niet openbaar te worden gemaakt.
Bijlage 3 Planning Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b). Deze bijlage dient integraal geheim te blijven en derhalve niet openbaar te worden gemaakt.
Bijlage 7 P85-Raming November 2020 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b).
Artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob (bedrijfs- en fabricagegegevens)
Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob blijft het verstrekken van informatie achterwege voor zover het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling zijn bedrijfs- en fabricagegegevens in de zin van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob die gegevens waaruit wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces, dan wel met betrekking tot de afzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. Ook gegevens die uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreffen, kunnen onder omstandigheden zodanige bedrijfsgegevens zijn. Zoals in bovenstaande tabel is toegelicht, zijn er op enkele plaatsen in de overeenkomst dergelijke gegevens opgenomen. De gegevens die in de overeenkomst zijn opgenomen, zijn in vertrouwelijkheid met elkaar gedeeld. Voornoemde informatie wordt derhalve op grond van deze absolute weigeringsgrond niet openbaar gemaakt en de geheimhouding ten aanzien van deze passages blijft gehandhaafd.
Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob (financiële belangen bestuursorgaan)
In de anterieure overeenkomst is op meerdere plaatsen informatie opgenomen welke bij openbaarmaking de financiële belangen van de Provincie Limburg kan schaden. In deze bepalingen, welke genoemd zijn in de tabel, is informatie opgenomen met betrekking tot uitgangspunten voor nog te sluiten koopovereenkomsten of onderhandelingen met de aannemer. Indien openbaar wordt wát deze uitgangspunten behelzen, kunnen derden daar hun onderhandelingspositie op aanpassen, wat leidt tot een minder gunstig uitgangspunt voor de Provincie Limburg. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob blijft het verstrekken van informatie achterwege indien het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het beschermen van de economische of financiële positie van ons bestuursorgaan. Daar er sprake is van nog lopende trajecten die moeten leiden tot koopovereenkomsten, achten wij het belang van openbaarmaking niet opwegen tegen het belang van het bepaalde in voornoemd artikel. Dat geldt eveneens voor de informatie in bijlage 1, 3 en 7. Deze passages (en in het geval van bijlage 1 en 3 integraal) worden onleesbaar gemaakt.
Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob (bescherming onevenredig nadeel/voordeel)
Op elke pagina zijn de parafen van de personen die de overeenkomst hebben ondertekend opgenomen. Voorts zijn op het handtekeningenblad de handtekeningen van deze personen opgenomen. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, Wob, wordt geen informatie verstrekt indien het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling of bevoordeling van de bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke- en/of rechtspersonen. Op grond van voornoemd artikel worden de handtekeningen en parafen in de gehele overeenkomst onleesbaar gemaakt.

Voorts is sprake van onevenredige benadeling van de bij de aangelegenheid betrokken personen en/of rechtspersonen, waarvoor het belang van openbaarmaking moet wijken. De betrokken overheden zijn nog in overleg over de exacte invulling van een leefbaarheidsfonds, zoals opgenomen in artikel 10 van de anterieure overeenkomst. Openbaarmaking van deze informatie zou dit proces onevenredig benadelen, waardoor wij van mening zijn dat het belang van openbaarmaking daarvoor moet wijken.
Volledigheidshalve merken wij op dat wij de zienswijze van VDL Nedcar en van Gedeputeerde Staten van Limburg hebben gevolgd.
Rechtsbescherming

Als dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u bezwaar maken. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een bezwaarschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de datum; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht alsmede de redenen van het bezwaar (motivering). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Provinciale Staten; Postbus 5700; 6202 MA Maastricht. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.limburg.nl.

Als u een bezwaarschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, Postbus 1988, 6201 BZ Maastricht. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.rechtspraak.nl.

Resultaat stemming

Besluit

Provinciale Staten besluiten:
Onderwerp:
Verzoek tot opheffing geheimhouding en openbaarmaking naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)

Verzoek
Bij brief, verzonden 26 mei 2021, DOC-00146979 ontvingen wij van Gedeputeerde Staten van Limburg een verzoek tot opheffing van geheimhouding en een verzoek om openbaarmaking op grond van de Wob. Dit verzoek heeft betrekking op de anterieure overeenkomst in het kader van het inpassingsplan Uitbreiding VDL Nedcar die gesloten is tussen de Provincie Limburg en VDL Nedcar. Het verzoek ziet op de anterieure overeenkomst van 10 december 2020 die gesloten is tussen de Provincie Limburg en VDL Nedcar. Deze overeenkomst, inclusief zeven bijlagen, is bij schrijven van 10 december 2020 aan Provinciale Staten, onder oplegging van geheimhouding als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Provinciewet ter inzage gelegd. Het addendum op de anterieure overeenkomst is uitgezonderd van de geheimhouding. Deze geheimhouding is vervolgens door Provinciale Staten, bij besluit van 18 december 2020 bekrachtigd, zoals bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Provinciewet. Op grond van artikel 25, lid 4 van de Provinciewet zijn enkel Provinciale Staten bevoegd tot het opheffen van de geheimhouding.
Doordat het onderhavige Wob-verzoek tevens gezien moet worden als een verzoek om opheffing geheimhouding, is het verzoek door Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten doorgezonden.

Besluit
Provinciale Staten van Limburg besluiten tot gedeeltelijk toekennen en gedeeltelijk afwijzen van het verzoek tot opheffing geheimhouding en gedeeltelijk toekennen en gedeeltelijk afwijzen van het Wob-verzoek.

Zienswijze
Bij brief van 28 mei 2021 met nummer 2021/13787 hebben wij VDL/NedCar op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen het voornemen om documenten openbaar te maken. Op 28 juni 2021 hebben wij een zienswijze van VDL/NedCar ontvangen. De zienswijze strekt tot het niet openbaar maken van specifieke bepalingen in de anterieure overeenkomst. Gedeputeerde Staten hebben in de brief waarmee zij het verzoek tot opheffing van geheimhouding hebben doorgezonden een zienswijze naar voren gebracht.

Overwegingen van Provinciale Staten
De anterieure overeenkomst bevat meerdere passages die naar ons oordeel niet openbaar gemaakt dienen te worden en waarop derhalve de geheimhouding als bedoeld in de Provinciewet dient te worden gehandhaafd. In onze overwegingen hebben wij rekening gehouden met de zienswijze van VDL/NedCar en de brief van Gedeputeerde Staten verzonden d.d. 26 mei 2021. Hieronder lichten wij ons standpunt per passage toe. Per passage is verwezen naar een weigeringsgrond uit de Wob, welke na de tabel verder worden toegelicht.

Passage Toelichting niet openbaar
Integrale overeenkomst Handtekeningen en parafen (art. 10, lid 2, sub g, Wob).
Artikel 5, lid 3, 4, 5 en 6 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen inzake koopovereenkomsten (art. 10 lid 2 sub b).
Artikel 9, lid 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10 en 11 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b) en bedrijfs- en fabricagegegevens VDL Nedcar (art. 10 lid 1 sub c).
Artikel 10 Informatie over het leefbaarheidsfonds dient onleesbaar gemaakt te worden, aangezien de exacte invulling van dit fonds nog niet vaststaat. Openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling van de betrokkenen (art. 10 lid 2 sub g). Artikel 14, lid 3 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b).
Bijlage 1 Grondtransactiedocument Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen inzake koopovereenkomsten (art. 10 lid 2 sub b). Deze bijlage dient integraal geheim te blijven en derhalve niet openbaar te worden gemaakt.
Bijlage 3 Planning Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b). Deze bijlage dient integraal geheim te blijven en derhalve niet openbaar te worden gemaakt.
Bijlage 7 P85-Raming November 2020 Informatie over uitgangspunten t.b.v. onderhandelingen met aannemer (art. 10 lid 2 sub b).
Artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob (bedrijfs- en fabricagegegevens)
Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob blijft het verstrekken van informatie achterwege voor zover het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling zijn bedrijfs- en fabricagegegevens in de zin van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob die gegevens waaruit wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces, dan wel met betrekking tot de afzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. Ook gegevens die uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreffen, kunnen onder omstandigheden zodanige bedrijfsgegevens zijn. Zoals in bovenstaande tabel is toegelicht, zijn er op enkele plaatsen in de overeenkomst dergelijke gegevens opgenomen. De gegevens die in de overeenkomst zijn opgenomen, zijn in vertrouwelijkheid met elkaar gedeeld. Voornoemde informatie wordt derhalve op grond van deze absolute weigeringsgrond niet openbaar gemaakt en de geheimhouding ten aanzien van deze passages blijft gehandhaafd.
Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob (financiële belangen bestuursorgaan)

In de anterieure overeenkomst is op meerdere plaatsen informatie opgenomen welke bij openbaarmaking de financiële belangen van de Provincie Limburg kan schaden. In deze bepalingen, welke genoemd zijn in de tabel, is informatie opgenomen met betrekking tot uitgangspunten voor nog te sluiten koopovereenkomsten of onderhandelingen met de aannemer. Indien openbaar wordt wát deze uitgangspunten behelzen, kunnen derden daar hun onderhandelingspositie op aanpassen, wat leidt tot een minder gunstig uitgangspunt voor de Provincie Limburg. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob blijft het verstrekken van informatie achterwege indien het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het beschermen van de economische of financiële positie van ons bestuursorgaan. Daar er sprake is van nog lopende trajecten die moeten leiden tot koopovereenkomsten, achten wij het belang van openbaarmaking niet opwegen tegen het belang van het bepaalde in voornoemd artikel. Dat geldt eveneens voor de informatie in bijlage 1, 3 en 7. Deze passages (en in het geval van bijlage 1 en 3 integraal) worden onleesbaar gemaakt.
Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob (bescherming onevenredig nadeel/voordeel)

Op elke pagina zijn de parafen van de personen die de overeenkomst hebben ondertekend opgenomen. Voorts zijn op het handtekeningenblad de handtekeningen van deze personen opgenomen. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, Wob, wordt geen informatie verstrekt indien het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling of bevoordeling van de bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke- en/of rechtspersonen. Op grond van voornoemd artikel worden de handtekeningen en parafen in de gehele overeenkomst onleesbaar gemaakt.

Voorts is sprake van onevenredige benadeling van de bij de aangelegenheid betrokken personen en/of rechtspersonen, waarvoor het belang van openbaarmaking moet wijken. De betrokken overheden zijn nog in overleg over de exacte invulling van een leefbaarheidsfonds, zoals opgenomen in artikel 10 van de anterieure overeenkomst. Openbaarmaking van deze informatie zou dit proces onevenredig benadelen, waardoor wij van mening zijn dat het belang van openbaarmaking daarvoor moet wijken.
Volledigheidshalve merken wij op dat wij de zienswijze van VDL Nedcar en van Gedeputeerde Staten van Limburg hebben gevolgd.

Rechtsbescherming
Als dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u bezwaar maken. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een bezwaarschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de datum; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht alsmede de redenen van het bezwaar (motivering). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Provinciale Staten; Postbus 5700; 6202 MA Maastricht. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.limburg.nl.

Als u een bezwaarschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, Postbus 1988, 6201 BZ Maastricht. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.rechtspraak.nl.

Zonder beraad aangenomen.